Zure lekkernijen per schep
Al sinds 1850 staat de familie
de Leeuw bekend om haar zuurinleggerij, waar uniek Amsterdams Jiddisch zuur
gemaakt wordt. Gele komkommers, pekelaugurken, Amsterdamse uitjes en zure haringen
sieren het kleine winkeltje aan het begin van de Vrijheidslaan in de Rivierenbuurt.
Deze Joodse lekkernijen trekken al vier generaties mensen uit de stad en ver
daarbuiten.
Fred de Leeuw en zijn vrouw Monique
hechten veel waarde aan traditie. Overgrootvader Isaac de Leeuw was anderhalve
eeuw geleden succesvol in het verkopen van zuur en in de loop der jaren is zo
min mogelijk aan de succesvolle formule veranderd. “Vroeger bestonden
er nog geen koelkasten, men vond in conserveren een andere manier om voedsel
toch te bewaren. Isaac ontwikkelde zijn eigen speciale smaak in het conserveren
en trok met zijn kar langs de huizen.”, aldus Monique de Leeuw.
Nadat Isaacs zoon Nathan het ‘venten’ met de kar rond de eeuwwisseling
had overgenomen, waren Nathans kinderen Isie, Gerrit en Freds moeder Greta jarenlang
gezichtsbepalend voor de zaak. Fred werd de enige erfgenaam – hij heeft
geen broers of zussen en zowel Isie als Gerrit kregen geen kinderen. “Als
kind was ik al vaak in de zaak, maar zag een carriére in augurken nog
niet helemaal zitten. Pas toen ik 35 werk nam ik de zaak over, samen met mijn
vrouw Monique”, aldus Fred. Wat is nu het geheim van het succes van De
Leeuw? “Ik kan natuurlijk niet alles vertellen anders kan ik je net zo
goed de sleutel van de voordeur geven”, grapt Monique. Wel kan zij vertellen
dat alleen rauwe producten, dus vers uit de grond, worden gebruikt. De augurken
komen uit Azië en worden hier behandeld. “Nadat de augurken binnenkomen,
worden ze verzadigd met zout. Dat houdt in dat ze in een groot vat gaan, gevuld
met water en heel veel zout. Op deze manier stelt het product zich open om er
aan te werken.”, legt Monique uit. “Daarna gaan we ‘afflauwen’
met water om de zoute smaak te verminderen. Dat is eigenlijk spoelen, spoelen
en nog eens spoelen. Na het spoelen leggen we de augurken in azijn en voegen
wij kruiden toe. Welke kruiden dat precies zijn houden wij geheim”, zegt
de vrolijke blonde vrouw met een grijns op haar gezicht. De vaten met augurken,
azijn en kruiden blijven minimaal zes weken staan voordat ze klaar zijn voor
consumptie. Vroeger was het op deze manier conserveren van voedsel een noodzaak.
“Joodse mensen in de Rivierenbuurt waren niet de rijkste en De Leeuw bood
voordelig en lang houdbaar eten. Maar tegenwoordig worden onze producten gezien
als delicatesse”, vertelt Monique terwijl er twee mannen in pak de winkel
binnenstappen. Wat is dit, hoe wordt het gemaakt en waarom is het zo geel? –
de klanten vragen er op los. Monique geeft vriendelijk antwoord op alle vragen
en geeft de mannen stukjes om te proeven. De grote afwezige in de winkel is
de weegschaal. Monique: “Van oudsher gaat alles per schep. Alles gaat
op gevoel en niet op de weegschaal. Dat is altijd zo geweest en dat is ook zo
gebleven. Wij hechten veel waarde aan traditie, daarom hebben wij ook de openingstijden
nooit veranderd.” De winkel is slechts drie dagen per week geopend, donderdag,
vrijdag en zondag. “Isaac de Leeuw ging op deze dagen met zijn kar langs
de huizen. Het zijn echte Joodse werktijden, hoewel wij het nu meer om de traditie
in ere te houden doen, dan vanwege geloofsovertuiging. Bovendien zijn we de
rest van de dagen bezig met het inleggen van de producten!” Fred en Monique
hebben drie kinderen die ook af en toe in de winkel te vinden zijn. Monique
maakt zich geen zorgen over de toekomst van de zaak: “Wellicht neemt ooit
de vijfde generatie het over en kunnen mensen nog langer genieten van ons zuur!”
Hajar El Ouarrat
Bron: Amsterdams Stadsblad 15 augustus 2007